HARMA STUULEN:
30 JAAR VROUWENVOETBAL

Na 30 jaar activiteit in het vrouwenvoetbal stopte onlangs Harma Stuulen, 48 jaar, om gezondheidsredenen als leidster bij hoofdklasser Oranje Nassau uit Groningen. Jarenlang voetbalde zij zelf bij verschillende noordelijke clubs; enkele jaren geleden viel zij zelfs nog in een Hoofdklasse-wedstrijd in als reserve-keepster. Nu is zij vooral nog bekend als een van de bestuurders van het LOVV, het Landelijk Overleg VrouwenVoetbal. Het terugtreden van Harma als leidster was aanleiding voor een gesprek.

Wanneer begon jij met voetballen?

In 1973 begon het competitieve voetballen voor mij bij Lycurgus uit Groningen. We hadden een goed elftal en zijn twee keer kampioen geworden van de provincie Groningen. In de strijd om het noordelijk kampioenschap was ONB uit Drachten te sterk. In die tijd zat ik ook in het Gronings elftal.
Omdat ik ook op het hoogste niveau handbalde, moest ik na twee jaar een keuze maken. Beide sporten waren niet meer te combineren op wedstrijdniveau. De keuze viel toen op handballen. Totdat in 1978 het noodlot toesloeg. Bij een val ging mijn elleboog uit de kom. Na de geboorte van mijn dochter Marjon heb ik nog een poging ondernomen om weer te gaan handballen, maar dit was vanwege mijn kromme elleboog niet meer mogelijk.
Inmiddels waren we verhuisd naar Hoogezand en besloot ik weer te gaan voetballen. HSC was een voor de hand liggende keuze. Onder leiding van mijn man Hans zijn we menig keer kampioen geweest van de provincie Groningen. Ook de beker hebben we een paar keer gewonnen.
Na een verhuizing van Hoogezand naar Groningen ben ik Hans gevolgd die trainer werd van Velocitas. We zijn begonnen in de 3e klas om uiteindelijk na diverse kampioenschappen, zowel provinciaal als regionaal, te belanden in de landelijke competitie. Vanwege de geboorte van mijn dochter Lizan ben ik er een jaar tussenuit geweest.

Is het vrouwenvoetbal in 30 jaar veel veranderd?

Uiteraard is het aantal voetbalsters enorm toegenomen, m.n. jeugdvoetbalsters. Hierdoor is het niveau natuurlijk stukken beter dan in de beginjaren. Vroeger voetbalde ik altijd op het schoolplein en op straat maar omdat ik een meisje was mocht ik niet meedoen met het schoolteam en ik mocht ook niet voetballen bij een voetbalvereniging. Doordat in de top de vrouwen door betere trainers getraind worden is het technisch en tactisch ook veel beter dan in de periode dat ikzelf heb gevoetbald. M.n. de laatste jaren is het niveau stukken beter geworden en is er meer spanning in de competitie. Een goede ontwikkeling is dat de betere voetballers in Duitsland gaan voetballen. Dit komt weliswaar niet ten goede van de Nederlandse competitie maar voor de ontwikkeling van de desbetreffende speelsters is het wel beter.

Wanneer werd jij elftalleidster?

Na nog een aantal jaren voetballen bij HS88 en Viboa ben ik uiteindelijk in 1995 leidster geworden van het eerste vrouwenteam van Velocitas. Mijn dochters Marjon en Lizan zijn een jaar later overgestapt van Viboa naar Velocitas. Tijdens mijn loopbaan bij Veloctias was ik ook leidster van het afdelingselftal van de provincie Groningen. Twee en half jaar geleden zijn we met de hele vrouwenafdeling overgestapt naar Oranje Nassau.
Ik ben jaren met plezier leidster geweest maar gezondheidsredenen hebben mij genoopt om eind vorig jaar te stoppen. Nu voetbal ik alleen in dames 3 van Oranje Nassau en help ik Hans met het scouten voor de KNVB van talentvolle meisjes in de regio Noord.

Wanneer werd jij LOVV-bestuurder en wat heeft het LOVV bereikt?

Sinds de oprichting van het LOVV in 2001 zit ik in het bestuur. Eind mei functioneert de LOVV 3 jaar. Ik ben zelf van mening dat we in die bijna drie jaar wel vooruitgang hebben geboekt. Zo hebben we structureel overleg met de KNVB en denk ik dat we een gesprekspartner zijn waarmee rekening wordt gehouden. We hebben o.a. bereikt dat in de hoofdklasse nu twee in plaats van drie ploegen degraderen.
Overigens vind ik het persoonlijk wel jammer dat de competities van de 1e klassers van 24 naar 48 ploegen zijn gegaan. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van de 1e klassen, met als gevolg dat talentvolle speelsters te vaak wedstrijden spelen met te weinig weerstand. Dit zal uiteindelijk weerslag hebben op het niveau van de top.
Naast de degradatieregeling is ook de bekeropzet door toedoen van het LOVV verbeterd. Het opnieuw in leven roepen van de klassementen en de uitreiking hiervan is een groot succes. Dit blijkt wel uit het feit dat speelsters na de wedstrijden uiterst nieuwsgierig zijn naar de verdeling van de punten. Het grootste succes is natuurlijk de site over vrouwenvoetbal. Ik neem mijn petje af voor de mensen die hier vrijwillig zoveel tijd in steken.


Het is een goede zaak dat de ploegen in de hoofdklasse tegenwoordig minimaal door een trainer met oefenmeester II getraind moeten worden. Dit is een stap in de goede richting. Omdat niet alle Hoofdklasse ploegen wilden meedoen aan het KNVB plan: Voortgang ontwikkeling talentvolle speelsters alsmede kaderscholing voetbaltechisch clubkader is dit plan helaas niet doorgegaan. Uitgangspunt van dat plan was een intensieve samenwerking tussen de coaches van de hoofdklasse clubs en de KNVB coaches, met als doel het creren van een prestatieklimaat bij de clubs passend bij de top van het vrouwenvoetbal. Dit plan was een goede stap in de richting om het niveau in Nederland op te krikken, maar het klimaat in Nederland is hier waarschijnlijk nog niet rijp voor. Teveel verenigingen kijken alleen maar naar hun eigen vereniging en niet naar het belang van het vrouwenvoetbal in het algemeen. Ze vergeten daarbij dat zodra er binnen het vrouwenvoetbal betere prestaties worden geleverd er ook meer publiciteit zal komen. De verenigingen hebben hier uiteindelijk profijt van. Helaas worden bij veel verenigingen de vrouwen niet serieus genomen en is vrouwenvoetbal de sluitpost. Het ligt in de bedoeling om in de toekomst ook de 1e klassers bij het LOVV te betrekken. Een eerste aanzet is de bijeenkomst op 27 januari a.s.

Wat moet er nog gebeuren?

We zijn er natuurlijk nog lang niet! Met name het gebrek aan publiciteit van de media voor het vrouwenvoetbal is triest. In mijn functie als leidster heb ik herhaaldelijke malen de redactie van het Dagblad van het Noorden met e-mails bestookt om meer publiciteit te geven aan het vrouwenvoetbal. Dit helpt dan wel even maar op het moment dat je dit niet meer doet verwatert dit weer snel. Dit terwijl ik jaar in jaar uit zie dat de mensen die nauw betrokken zijn bij het vrouwenvoetbal enorm veel energie en tijd in het voetbal steken. Daarnaast is het vrouwenvoetbal in de top als kijkspel zeer de moeite waard.

Door het niet goed presteren van Oranje is het nog steeds niet gelukt om aansluiting te vinden met de Europese top. Dit is jammer want er is genoeg geld en tijd en energie door de meiden ingestoken. Natuurlijk speelt ook pech qua poule-indeling mee, maar als je bij de top wilt horen, dan zul je ook tegen de A-landen beter voor de dag moeten komen. Het was een goede zaak dat het Nederlands elftal 0.19 zich afgelopen zomer kwalificeerde voor het Europees kampioenschap. Ze hebben daar goed gepresteerd en met een beetje meer geluk hadden ze in de halve finale gestaan. Een complete wolkbreuk stond dit helaas in de weg.

Tot slot zou ik graag zien dat er meer tijd en geld vrijgemaakt wordt voor de opleiding aan de basis, zeg maar meisjes van 10 t/m 14 jaar. Het zou een goede zaak zijn dat er voor meisjes in deze leeftijdscategorie in elke regio een voetbalschool zou komen. In de jeugd loopt best veel talent rond, maar helaas krijgen deze talentjes bij hun eigen vereniging vaak geen goede opleiding. Uiteraard spreek ik vooral over de situatie in het Noorden.